Voor de baby komt
Als u een hond heeft en u verwacht een baby, is het van belang om de introductie
van de baby in het gezin goed voor te bereiden. Voor de hond zal er met de komst
van de baby van alles veranderen. De baby zal veel aandacht vergen, de hond zal
op sommige plaatsen niet meer mogen komen, de baby ruikt anders, zal huilen en
het babyspeelgoed maakt vreemde geluiden. Aan al dit soort dingen zal de hond
moeten wennen. Het is verstandig om hier al mee te oefenen voordat de baby er
is. Zo wordt de verandering voor de hond minder plotseling en zal hij eventuele
minder prettige veranderingen niet direct koppelen aan de baby.
Voorbereiding
1.
In de eerste plaats zal de hond na de komst van de baby
waarschijnlijk minder aandacht krijgen en niet altijd bij de
eigenaar kunnen zijn. Leer hem daarom al vooraf om alleen te
zijn en geef hem langzamerhand steeds wat minder aandacht.
Uiteraard moet u er wel voor zorgen dat er voldoende tijd en
aandacht voor de hond overblijft, maar hij zal moeten leren dat
u niet steeds tot zijn beschikking staat.
2.
Leer de hond ruim van tevoren dat hij niet in de kinderkamer mag
komen.
3.
Voor de hond kan het erg interessant en ook vreemd zijn als u
straks vaak met de baby in uw armen loopt en tegen de baby
praat. U kunt hem hier alvast aan wennen door dit met
bijvoorbeeld een grote pop te oefenen. Leer hem dat hij hier
geen aandacht aan hoeft te schenken, door hem af te leiden
(liefst laat u dit door iemand anders doen) en hem zelf geen
aandacht te schenken.
4.
Ook het wandelen naast de kinderwagen kunt u alvast oefenen,
zonder dat er een baby in ligt. Het is immers belangrijk dat de
hond went aan de kinderwagen en dat hij leert dat hij niet mag
trekken aan de lijn of tegen de wagen op mag springen.
5.
Het is veiliger om de hond te leren dat hij niet op banken en
stoelen mag komen. Straks ligt daar misschien uw baby op, en de
hond zou erbij of zelfs er bovenop kunnen springen. Leer hem dit
alvast af.
6.
Er bestaan CD’s met geluiden van huilende baby’s en geluiden van
kinderspeelgoed. Wen de hond alvast aan deze nieuwe geluiden
door de cd op te zetten, eerst zachtjes en als hij zich er niet
veel van aan trekt, dan wat harder. Leidt hem af met een
speeltje zodat hij leert dat het geluid niet voor hem bedoeld is
en dat hij er niets mee hoeft te doen. Rammel zelf eventueel al
regelmatig met rammelaars en andere speeltjes zodat de hond dat
geluid normaal gaat vinden.
7.
Zorg ervoor dat de hond basiscommando’s beheerst, zoals zit,
lig, hier en plaats. Daarmee kunt u hem straks beter onder
controle houden als u uw handen, vaak letterlijk, vol heeft aan
de baby.
8. Als uw hond probleemgedrag vertoont, dan is het beter om hier iets aan te doen voordat de baby er is. Daarna zult u geen tijd meer hebben om met hem te trainen. Vooral rangordeproblemen moeten worden opgelost voor de baby.
Introductie van de baby
Als de
baby eenmaal geboren is, komt het moment dat u de hond voor het eerst met de
baby zult laten kennis maken. Bedenk van tevoren hoe u dit gaat aanpakken.
Is de
baby in het ziekenhuis geboren, dan is de moeder een aantal dagen van huis
geweest. De hond zal blij zijn haar te zien en haar willen begroeten. In dat
geval is het verstandig om iemand anders de baby te laten dragen zodat de moeder
eerst de hond kan begroeten en even wat aandacht kan geven. Daarna, als de hond
weer gekalmeerd is, kan de baby binnen worden gebracht.
Ook als
de baby thuis is geboren kan het beter zijn om eerst weer even de hond te
begroeten en pas als de rust is weergekeerd de baby binnen te halen.
Ga rustig
zitten met de baby op schoot en laat de hond aan de baby ruiken. Als u een klein
hondje heeft, kunt u met de baby op schoot op uw knieën gaan zitten. Laat de
hond niet aan het hoofdje van de baby snuffelen, zeker niet bij de eerste
kennismaking.
Als de
hond uitgesnuffeld is kunt u hem bijvoorbeeld iets lekkers geven in zijn mand
terwijl u nog even met de baby op schoot blijft zitten. Zo leert hij dat er
interessantere dingen zijn dan de baby zelf en bovendien dat de aanwezigheid van
de baby hem iets lekkers bezorgt.
Stuur de
hond niet steeds weg als u met de baby beneden komt. Daardoor zou de hond een
hekel aan de baby kunnen krijgen. Beter is om de hond juist ook aandacht te
geven als de baby er is, en wat minder aandacht te geven als de baby er niet is.
Op die manier wordt de baby voor de hond een plezierige toevoeging aan het
gezin.
Op de
leeftijd tussen ongeveer 0 en 9 maanden kan een baby zich nog niet voortbewegen.
De baby is vooral bezig met kijken en het bewegen van armen en benen. Met een
maand of vijf kan een baby doelbewust dingen vastpakken. Natuurlijk is het dan
belangrijk dat de hond niet geraakt wordt door zwaaiende beentjes of grabbelende
handjes van de baby. Pas op dat de baby niet aan de haren van de hond kan
trekken of met een vinger in zijn ogen kan prikken. Een hond die pijn heeft, kan
bijten om zichzelf te verdedigen.
Natuurlijk laat u de hond en de baby nooit alleen, ook niet voor twee tellen!
Een box en een bench kunnen handige hulpmiddelen zijn die ervoor zorgen dat hond
en kind niet bij elkaar kunnen komen als u even de kamer uit moet. Doet u de
hond in de bench, geef hem dan iets lekkers of iets leuks om mee te spelen zodat
hij het niet als straf kan zien.
Als de
baby gaat kruipen, betekent dit voor de hond een heel nieuwe ervaring. Ineens
kan de baby naar de hond toe komen. Een hond kan hiervan schrikken, nu is hij
niet meer degene die bepaalt hoe dichtbij de baby kan komen. Het is voor u als
ouder nu nog belangrijker om heel goed op te letten.
De hond
zal moeten wennen aan het rondkruipende kind. Leer hem dat hij zich niet met het
kind hoeft te bemoeien door hem af te leiden als het kind rondkruipt,
bijvoorbeeld door hem te knuffelen of een spelletje met hem te doen.
Zorg
ervoor dat uw baby niet achter de hond aan kan kruipen en niet aan de haren,
poten of staart van de hond trekt. Pas ook op als het kind met speelgoed gooit.
Laat het kind nooit in de buurt van de mand of bench rondkruipen. Houd in de
gaten dat de baby niet naar de hond toe kan kruipen als de hond een speeltje of
iets te eten heeft. Kijk uit dat het kruipende kind de hond niet in een hoekje
drijft waar hij niet weg kan, hij kan dan gaan bijten uit zelfverdediging.
Ook nu
kan een bench erg handig zijn. Maar pas op: kindervingertjes kunnen gemakkelijk
tussen de tralies door, dus laat het kind niet rondkruipen zonder dat u erbij
bent, ook als de hond in de bench zit.
Als baby en hond elkaar te dicht naderen, lok dan een van beide weg met
bijvoorbeeld een speeltje.
Op een
gegeven moment zal de baby gaan oefenen met staan en daarna met lopen. Ook dit
is weer een nieuwe belevenis voor de hond. Het kind kan zich ineens oprichten.
Het is dus groter, wat in de ogen van de hond kan beteken dat het kind zichzelf
hoger in rang wil plaatsen. Niet elke hond accepteert dat zomaar. Het is dan ook
nodig om erbij te blijven zodat uw rang de hoge rang van het kind bevestigt.
Daarnaast
trekken kinderen die leren staan zich op aan alles wat voorhanden is. Als dat
toevallig de hondenvacht is, kan het kind de hond flink pijn doen. Ook is het
hangen op de hond een dominante handeling, wat problemen kan opleveren. Zorg er
dus voor dat het kind de hond niet als houvast gebruikt.
Het
wiebelen, omvallen en weer opklauteren van de baby kan voor de hond vreemd of
eng zijn. Ook dit is iets waar hij aan zal moeten wennen. Leer hem om het kind
te negeren door hem af te leiden.
Leer het
kind dat het niet achter de hond aan mag lopen en zorg dat de hond een veilige
plek heeft waar het kind niet bij kan en mag komen. De hond moet zich kunnen
terugtrekken.
Als het
kind zo'n anderhalf jaar oud is, wordt het een peuter. Een peuter gaat steeds
beter lopen, meer praten en ontwikkelt een eigen 'ik'. Kinderen van deze
leeftijd kunnen zich nog niet in een ander verplaatsen en zichzelf beheersen. Ze
weten wat ze wel of niet mogen doen als er een ouder in de buurt is, maar zonder
toezicht doen ze wat in hen opkomt.
Dit betekent dat de peuter voor de hond een onvoorspelbaar wezen kan zijn. Het
ene moment is het kind rustig en lief, het volgende moment kan de peuter driftig
zijn en de hond willen slaan. Peuters kunnen de hond ook willen vasthouden en
omhelzen, wat voor een hond eng kan zijn. In de ogen van de hond staat de peuter
onder hem in rang, zeker als er geen ouders bij zijn. Ongewenst gedrag van de
peuter zal de hond daarom kunnen corrigeren. Omdat peuters de waarschuwingen van
de hond nog niet kunnen begrijpen, kan de hond uiteindelijk gaan bijten.
Continu toezicht is dan ook noodzakelijk als hond en peuter bij elkaar zijn. In
feite moet u zelfs met twee personen zijn, zodat ieder een van beide in de gaten
kan houden of bezig kan houden.
►
Zorg ervoor dat ze niet aan elkaars speelgoed of eten komen.
►
Laat het kind geen dingen doen die de hond als dominante
handeling kan opvatten, zoals op de hond leunen, hem aan zijn
halsband pakken of over zijn kop of rug aaien. Het lijkt
schattig als de peuter u nadoet en de hond een commando geeft,
maar de hond zal dit misschien niet waarderen.
►
Laat het kind niet zitten op de grond spelen als de hond daar
vlakbij staat.
►
Laat de hond in zijn mand liggen als het kind iets te eten
heeft, voorkom het uit de handjes happen van brood of koek.
►
Laat het kind niet rennen of druk met armen of benen zwaaien
waar de hond bij is.
►
Laat het kind niet achter de hond aan lopen, zorg ervoor dat de
hond zich terug kan trekken.
Vanaf een
leeftijd van drie tot vier jaar wordt de peuter een kleuter. Kleuters kunnen
zelfbeheersing leren en worden socialer, ze gaan samen spelen en leren rekening
houden met een ander. Dat betekent dat u hen kunt gaan leren hoe ze met een hond
om moeten gaan. Ze zijn nu oud genoeg om te begrijpen dat het pijn doet als ze
aan de vacht of aan een oor trekken. Ook kunnen ze de taal van de hond leren
begrijpen: u kunt hen bijvoorbeeld leren dat grommen een waarschuwing is.
Kleuters
kunnen ook expres dingen gaan doen die niet mogen als u even niet oplet. Daarom
moet u er voor zorgen dat u hond en kleuter nog steeds goed in de gaten houdt
als ze samen zijn.
Er
bestaat een hulpmiddel waarmee u kinderen van drie tot zes jaar oud kunt leren
hoe ze veilig kunnen omgaan met een hond in huis. Dat is 'De Blauwe Hond', een
interactief spel op cd-rom dat bedoeld is om door ouder en kind samen gedaan te
worden. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen hiermee daadwerkelijk leren hoe
ze op een veilige manier met bepaalde situaties in huis kunnen omgaan. Lees meer
over dit hulpmiddel bij 'De
Blauwe Hond'.
In de
leeftijdsfase tussen zes en twaalf jaar gaat het kind steeds wat meer overwicht
krijgen over de hond. Kinderen van zes zijn in de ogen van een hond nog lager in
rang dan hij zelf, een kind van twaalf staat meestal in rang boven de hond. Dit
is echter ook afhankelijk van het karakter en het gedrag van het kind, en
natuurlijk van het karakter van de hond.
Het wordt
in deze fase steeds beter mogelijk om het kind wat kleine oefeningetjes te laten
doen met de hond en te laten helpen bij de verzorging. Het kind kan bijvoorbeeld
de etensbak neerzetten of, als de hond dit niet vervelend vindt, helpen bij het
borstelen en uitlaten. Het kind is echter nog niet oud genoeg om dit zelfstandig
te kunnen doen. Toezicht van een ouder blijft altijd nodig, u kunt de
verantwoordelijkheid over de hond niet aan uw kind overdragen. Ook al is uw hond
klein en rustig, dan nog is het niet verstandig als uw kind de hond uitlaat. Er
zou immers ruzie kunnen ontstaan met een andere hond die niet zo kindvriendelijk
is als de uwe, en een kind van deze leeftijd kan daar nog niet veilig mee
omgaan.
Als uw
kind met de hond wil spelen, kunt u samen bijvoorbeeld zoekspelletjes of
apporteerspelletjes doen. Laat het kind geen trekspelletjes met de hond doen.
Als de hond steeds wint, krijgt hij het idee dat hij sterker is dan het kind en
daarom nog steeds een hogere rang kan opeisen. Bovendien bestaat de kans dat de
hond bij het vastpakken van het speeltje in de handen van het kind bijt.
Let op
als er vriendjes van uw kind komen spelen. Bij renspelletjes of stoeien zou uw
hond kunnen denken dat 'zijn' kind wordt aangevallen door de anderen en hij zou
het kind kunnen gaan verdedigen. Ook weten andere kinderen misschien niet wat ze
wel en niet kunnen doen bij een hond, bovendien zijn ze op een leeftijd waarop
het 'stoer' is om iets te doen wat eigenlijk niet mag. Blijf er dus bij of neem
de hond mee.
Tot
kinderen een jaar of twaalf zijn, kan de hond hen zien als mensenpuppy's.
Daardoor accepteert een hond vaak van kleine kinderen meer, net zoals een
sociale hond vaak meer accepteert van echte puppy's. Als de kinderen de
tienerleeftijd bereiken, beginnen ze ook in de ogen van de hond meer volwassen
te worden. Een hond kan dit ruiken omdat het kind fysiek verandert en de
hormonen gaan meespelen. Tieners worden voor de hond nu meer concurrenten die
zijn plaats in de rangorde kunnen gaan bedreigen. Dat betekent dat hij vaak
minder van hen zal accepteren dan hij deed toen ze nog klein waren.
Tieners
moeten dan ook leren begrijpen dat zij niet alles met de hond kunnen doen wat u
als ouder wel kunt doen. U kunt hen wel leren hoe zij met de hond om kunnen gaan
en hoe ze om een veilige manier wat oefeningen met de hond kunnen doen. Zo lang
ze dit doen op basis van belonen voor goed gedrag van de hond en niet proberen
de hond met geweld te dwingen iets te doen, levert dat normaal gesproken geen
problemen op.
Niet elke hond is even veel bezig met rangorde-zaken. Sommige honden vinden het
helemaal niet zo interessant om een hoge rang te hebben in hun roedel. Maar er
zijn ook honden die erg graag hoog in rang staan. Deze honden zouden problemen
kunnen geven met opgroeiende tieners, bij hen moet u extra goed opletten en hond
en tiener niet alleen laten.
Bron:
www.licg.nl